Ik gebruikte veel Google-producten, maar de laatste jaren maakt Google keuzes die tegen mijn idealen ingaan. In deze blog beschrijf ik de overstap die ik naar andere diensten maakte.
Waarom geen Google meer?
Het Web Environment Integrity (WEI) voorstel van Google was voor mij de druppel. Met dit voorstel kunnen websites bepaalde bezoekers de toegang blokkeren als bijvoorbeeld de browser niet voldoet aan een integriteitscheck. Een browser met een adblocker bijvoorbeeld. Dit zorgt er uiteindelijk voor dat het web minder open en meer gefragmenteerd wordt. Inmiddels heeft Google het WEI-concept laten vallen, maar desalniettemin ben ik mijn vertrouwen in deze techgigant uit Californië verloren.
Ook ben ik me steeds meer gaan beseffen dat wanneer de dienst gratis is (zoals Gmail), ik het product ben. Wat gebeurt er precies met al mijn gegevens? Niet alleen nu, maar ook in de toekomst. Zoals Yuval Noah Harari schrijft in zijn boek Homo Deus:
"In de hoogtijdagen van het Europese imperialisme kochten conquistadores en kooplieden hele eilanden en landen aan in ruil voor spiegeltjes en kralen. In de eenentwintigste eeuw zijn onze persoonlijke gegevens waarschijnlijk het waardevolste wat de meeste mensen nog te bieden hebben en we geven ze weg aan tech-giganten in ruil voor mailboxen en grappige kattenfilmpjes."
Android = GrapheneOS
Als je tegenwoordig een smartphone koopt, heb je twee keuzes: Android of Apple. Android is van Google, dus in dit geval zou ik voor Apple moeten kiezen. Maar ik heb ook weinig vertrouwen in Apple en hoe zij omgaan met hun App Store-monopolie.
Ik heb daarom gekozen voor een aangepaste Android-versie, namelijk GrapheneOS. Deze is gebaseerd op Android, maar alle connecties naar Google-producten en -diensten zijn eruit gehaald. Je krijgt dus het beste van Android zonder dat Google hoeft mee te kijken naar wat ik op mijn telefoon doe.
Ironisch genoeg werkt GrapheneOS alleen op Pixel-telefoons van Google. Ik heb daarom een tweedehands Pixel-telefoon gekocht, omdat dat duurzamer en goedkoper is, maar ook omdat het niet direct geld in het laatje van Google brengt. Het installeren van GrapheneOS ging redelijk eenvoudig. In het begin was ik bang dat ik niet alle apps kon gebruiken, omdat ik had gelezen dat sommige de Google Play Services nodig hebben, maar vooralsnog heb ik alles kunnen gebruiken, zelfs bank-apps.
Chrome = Waterfox
Als het gaat om het vervangen van Chrome als browser, is er eigenlijk maar één alternatief, namelijk Firefox.
Er bestaan wel honderden andere browsers, maar die zijn vrijwel allemaal gebaseerd op Chromium. Chromium is de onderliggende techniek, ontwikkeld door Google, waar verschillende browsermakers een eigen sausje overheen gooien. Zelfs Microsoft, in een grijs verleden nog hevig in strijd met Netscape om de browsermarkt te domineren, is gezwicht voor Chromium, waar Edge nu op draait.
Firefox is de enige die nog weerstand biedt door een eigen 'engine' te blijven ontwikkelen.
Google = Kagi
Laat ik beginnen met het product waar Google het meest bekend om is: de zoekmachine. Waar Google lange tijd alleenheerser is geweest op het doorzoeken van het web, zijn er de laatste jaren steeds meer goede alternatieven ontstaan.
Ik ben namelijk overgestapt op Kagi. Dit is een betaalde zoekmachine die geen advertenties laat zien, wat bij Google de afgelopen jaren alleen maar is toegenomen.
Daarnaast kun je zelf invloed hebben op de zoekresultaten door bepaalde domeinen te boosten (zoals Wikipedia) of te blokkeren (zoals Pinterest).
Ook is het mogelijk gebruik te maken van de al beschikbare 'lenzen'. Met een lens kun je focus aanbrengen in de zoekresultaten, zoals 'recepten' of 'programmeren'. Hierdoor wordt alle ruis gefilterd en zoek je alleen in het gebied dat je hebt aangegeven.
Voor 5 dollar per maand kun je 300 zoekopdrachten doen. Daarna kost een zoekopdracht 1,5 cent per stuk. Dit zorgt ervoor dat ik bewuster omga met mijn online zoektochten. Simpele dingen doe ik met DuckDuckGo en de wat complexere zoekopdrachten voer ik uit in Kagi.
Kagi geeft aan dat ze geen persoonlijke gegevens opslaan of doorverkopen. Dit is een fijne gedachte, want ik vermoed dat iedereen wel eens zoekt naar iets waarvan je liever niet hebt dat anderen het weten.
GMail = Protonmail
Toen Gmail in 2004 werd gelanceerd, maakte ik zo snel mogelijk de overstap van Hotmail (ken je het nog?) naar Gmail. Maar het feit dat Google op elk moment kan kiezen om al mijn gegevens te lezen of te verkopen, baart me steeds meer zorgen. Ook lees ik wel eens verhalen dat Google zonder duidelijke reden een account afsluit en daarmee de aorta van je digitale leven dichtknijpt (want je e-mailadres heb je nodig om in te loggen op de meeste online diensten).
Om dit te voorkomen ben ik overgestapt naar Proton Mail. Ik betaal voor een advertentievrije e-mailoplossing. Ook stelt Proton privacy voorop en deelt het geen persoonsgegevens. Vooralsnog heb ik geen reden om hieraan te twijfelen.
Doordat ik voor Proton Mail betaal, kan ik mijn eigen domein koppelen aan mijn e-mailadres. Dit heeft als bijkomend voordeel dat ik altijd controle houd over hoe mensen mij kunnen bereiken. Mocht Proton mijn account om welke reden dan ook sluiten of failliet gaan, dan kan ik de DNS van het domein eenvoudig aanpassen naar een andere e-mailprovider.
Google Maps = OpenStreetMaps / Organic Maps
Het moet gezegd worden, Google Maps is een geweldig product. Ik heb de overstap gemaakt naar Organic Maps (op basis van OpenStreetMaps), maar mis daardoor wel actuele verkeersinformatie. Ook heb ik al een paar keer meegemaakt dat ik een plek niet (makkelijk) kon vinden of naar de verkeerde bestemming werd gestuurd. Ik heb op de harde manier geleerd om altijd een adres in te voeren in Organic Maps. Globale zoekopdrachten zoals 'Albert Heijn Nijmegen' werken nog niet goed genoeg. Als gebruiker kun je hier zelf aan bijdragen en dat doe ik ook geregeld. Als ik ergens een beschrijving van een bestemming of openingstijden mis, voeg ik die toe.
Google Photo's = Ente
Foto's zijn een belangrijk onderdeel geworden van ons leven. We willen alle mooie momenten graag goed bewaren. Maar als een bedrijf, zoals Google, dit grotendeels gratis aanbiedt, moet je je toch even achter de oren krabben. Want wat gebeurt er allemaal met je foto's? Het gaf mij geen veilig gevoel, dus zocht ik naar alternatieven.
Als eerste kwam ik uit bij de fotofunctionaliteit die in Proton Drive is ingebouwd. Nadat ik deze meer dan een jaar had gebruikt, kwam ik erachter dat deze toch niet voldoende ontwikkeld is om als volwaardige vervanging van Google Photos te dienen. Zo is het bijvoorbeeld niet mogelijk om de aparte fotomap in Proton Drive te synchroniseren met een lokale harde schijf.
Uiteindelijk ben ik uitgekomen bij Ente. Zij hebben net zoals Proton privacy en encryptie hoog in het vaandel staan. De verschillende betaalde abonnementen zijn ingedeeld op schijfruimte. Hierdoor ben ik ook kritischer gaan kijken naar de foto's die ik allemaal bewaar. Want hoe minder foto's ik in Ente opsla, hoe minder het mij kost. Er bleek nogal veel troep tussen te zitten: screenshots en foto's van spullen die ik op Marktplaats heb verkocht. Met deze overstap word ik gedwongen netter om te gaan met mijn digitale voetafdruk.
Google Drive = Proton Drive
Net zoals bij de mail en de kalender biedt Proton een goed alternatief. Het voordeel is dat je alle diensten in één pakket kunt afnemen, waardoor het voordeliger wordt. Net zoals Google Drive biedt Proton Drive een web-app en een Windows- of Mac-applicatie waarmee bestanden gesynchroniseerd worden.
Google Docs = Libre Office
Tijdens het zoeken naar een alternatief voor de verzameling office-achtige applicaties zoals Google Docs en Google Sheets, begon ik me af te vragen of ik die eigenlijk wel nodig had.
Heel af en toe gebruik ik Google Docs, maar dat kan ik makkelijk vervangen met Obsidian (zie het stukje over Google Keep en Obsidian). Slechts 1 à 2 keer per jaar moet ik een presentatie maken of een spreadsheet bewerken. Voor deze sporadische gebeurtenissen kan ik dus net zo goed een gratis en open-source offlinepakket gebruiken zoals LibreOffice. De synchronisatie van die bestanden doe ik met Proton Drive. Het enige wat ik dan mis, is het samenwerken in een bestand, maar deze functionaliteit heb ik de afgelopen 10 jaar slechts een paar keer nodig gehad en dat zou ook kunnen door een document een paar keer heen en weer te sturen.
Google Calendar = Proton Calendar
Het is duidelijk dat Proton met al hun diensten een alternatief voor Google probeert te bieden. Zo ook de kalender. Deze vond ik zelf het lastigst om over te stappen. Het was uiteindelijk simpel, maar het feit dat ik een kalender met iemand anders deelde en dat we samen moesten overstappen, maakte het complexer. Voornamelijk omdat de andere persoon ook een Proton-account nodig heeft om dit te kunnen bewerkstelligen.
Google Keep = Obsidian en Todoist
Om Google Keep te vervangen, ben ik gebruik gaan maken van Obsidian. Dit is een open-source-applicatie die zowel voor Windows als Android beschikbaar is. Ik betaal vier dollar per maand voor de Sync-versie, zodat mijn notities op verschillende apparaten gesynchroniseerd worden.
Met Google Keep hield ik ook to-dolijstjes bij met anderen, zoals een gezamenlijke boodschappenlijst. Dit is niet op te lossen met Obsidian, dus dat heb ik vervangen door Todoist. Ik gebruikte de betaalde versie voor mijn eigen to-do's (48 euro per jaar) en kwam erachter dat het ook mogelijk is om andere mensen uit te nodigen voor gezamenlijke lijstjes. Een bijkomend voordeel van Todoist is dat je een deadline kunt meegeven aan een to-do en kunt aangeven wie deze moet oppakken.
Niet alle eieren in één mand
Als ik andere verhalen lees van mensen die los proberen te komen van Big Tech, wordt er vaak gezegd dat je niet op één paard moet wedden. Wat als Proton failliet gaat of toch kwaadaardig blijkt te zijn? Dit is voorlopig een risico dat ik durf te nemen, omdat ik geen goed alternatief heb gevonden voor de genoemde diensten. Ik houd de berichtgeving rondom Proton goed in de gaten, en die is vooralsnog positief, zodat ik op basis daarvan tijdig kan handelen.
Conclusie
Alles bij elkaar opgeteld kost het een flink bedrag om los te komen van Google. Maar dat heb ik ervoor over. Het voelt beter om te betalen voor online diensten en het is eigenlijk gek dat we denken dat het allemaal maar gratis moet zijn. Als het gratis is, ben jij het product.